Het bouwen van een connector vindt in meerdere stappen plaats. Als u aan de slag wilt gaan, klikt of tikt u in PowerApps op de knop Instellingen (het tandwielpictogram) rechtsboven op de pagina. Klik of tik vervolgens op Aangepaste connectors.

API-connectors zoeken

Uw API beschrijven

API-connectors worden beschreven met behulp van de OpenAPI standard voor het definiëren van de interface van een HTTP-API. U kunt het bouwen beginnen met een bestaand OpenAPI-bestand, maar u kunt ook een Postman Collection importeren, waarmee het OpenAPI-bestand automatisch voor u wordt gegenereerd.

Het API-diagram definiëren

Als u uitgaat van een van deze API-beschrijvingen, worden de velden voor de metagegevens automatisch gevuld. U kunt deze altijd aanpassen.

Beveiliging bouwen

Kies het verificatietype dat door uw service wordt ondersteund en geef aanvullende details op, zodat identiteit op de juiste manier tussen uw service en clients kan stromen.

Beveiligingsdiagram

Meer informatie over de beveiliging van connectors.

Triggers en acties bouwen

  1. Schakel over naar het tabblad Definitie als u triggers en acties voor uw connector wilt bouwen.

    Diagram Definitie

  2. Met de wizard kunt u nieuwe bewerkingen toevoegen of het schema en de respons voor bestaande bewerkingen bewerken. Met de algemene eigenschappen voor elke bewerking kunt u de werking voor eindgebruikers voor uw connector bepalen. Meer informatie over de verschillende typen bewerkingen vindt u via de onderstaande koppelingen:

    Zie OpenAPI-extensies voor aangepaste connectors als u de geavanceerde functionaliteit voor Microsoft Flow wilt implementeren.

  3. Klik of tik ten slotte op Connector maken om de API-connector te registreren.

Neem contact op met condevhelp@microsoft.com voor aanvullende functies die niet in de wizard beschikbaar zijn.

De connector testen

Voor dat u de API-connector indient, moet u deze testen. Dat kan op meerdere manieren:

  • Met de Testing wizard voor de API-connector, kunt u een bewerking aanroepen om de functionaliteit en het responsschema ervan te controleren.
  • In de ontwerpfunctie voor Microsoft Flow kunt u visueel stromen bouwen met behulp van de API-connector. Dankzij deze testmethode hebt u meer inzicht in de functionaliteit van de gebruikersinterface en de functies van de connector.
  • In PowerApps Studio kunt u een bewerking aanroepen via de formulebalk en de respons aan de besturingselementen op het scherm verbinden.

Dit onderwerp biedt een overzicht. Zie Aangepaste API's registreren in PowerApps voor meer informatie.