Met PowerApps kunt u snel mobiele apps genereren, aanpassen, delen en uitvoeren, waarbij u slechts weinig of geen code hoeft te gebruiken. Met de Dynamics 365-connector maakt u in slechts enkele minuten handige mobiele apps om te delen met uw hele organisatie.

Als u de stappen in dit onderwerp volgt, maakt u een app waarmee gebruikers contactpersonen in Dynamics 365 kunnen weergeven, toevoegen, verwijderen en bijwerken. Gebruikers kunnen de app uitvoeren in een browser of op een mobiel apparaat, zoals een telefoon.

Vereisten

Als u deze zelfstudie wilt volgen, hebt u een Microsoft Office 365-account nodig met een Dynamics 365-abonnement.

Een verbinding maken

  1. Meld u aan bij PowerApps.

  2. Klik in het linkernavigatiedeelvenster op Verbindingen.

    Optie Verbinding in menu Bestand

  3. Klik in de rechterbovenhoek op Nieuwe verbinding.

    Nieuwe verbinding

  4. Klik in de lijst met verbindingen op Dynamics 365.

    Optie Verbinding in menu Bestand

  5. Klik in het dialoogvenster op Maken.

    Verbinding maken

  6. Geef in het dialoogvenster Aanmelden bij uw account uw referenties voor de (online) Dynamics 365-tenant op.

    Er wordt een verbinding gemaakt.

Automatisch een app genereren

  1. Meld u aan bij PowerApps en klik linksonder op Nieuwe app.

    Nieuwe app

  2. Klik onder Beginnen met uw gegevens op Telefoonindeling op de tegel Dynamics 365.

    Dynamics 365-connector selecteren in PowerApps

  3. Selecteer onder Verbindingen de gewenste verbinding en kies een gegevensset die overeenkomt met het exemplaar van Dynamics 365 dat u met de app wilt beheren.

  4. Klik onder Een tabel kiezen op Contactpersonen en klik vervolgens op Verbinden.

  5. Klik of tik op een pictogram in de rechterbovenhoek van de linkernavigatiebalk om over te schakelen naar de miniatuurweergave.

    Schakelen tussen weergaven

PowerApps genereert een app met drie schermen op basis van de contactrecords.

  • BrowseScreen1. Dit scherm wordt standaard weergegeven wanneer een gebruiker de app opent. In de navigatiebalk aan de linkerkant staat de miniatuur voor dit scherm boven de twee andere schermen.
  • DetailScreen1. Dit scherm wordt weergegeven wanneer de gebruiker op een item klikt in BrowseScreen1. In de navigatiebalk aan de linkerkant staat de miniatuur voor DetailScreen1 tussen de twee andere schermen.
  • EditScreen1. Dit scherm wordt weergegeven wanneer de gebruiker klikt op het pictogram voor het bewerken van een item in DetailScreen1. In de navigatiebalk aan de linkerkant staat de miniatuur voor EditScreen1 onder de twee andere schermen.

U kunt de app uitvoeren in de oorspronkelijke staat, maar we kunnen deze wat handiger maken door het verfijnen van de weergegeven informatie in ieder scherm.

BrowseScreen1 aanpassen

In deze procedure configureert u BrowseScreen1 voor het weergeven van de voor- en achternaam van elke contactpersoon. De gegevens worden alfabetisch gesorteerd op achternaam en bevatten ook afbeeldingen, in een raster met twee kolommen.

  1. Klik in het rechterdeelvenster op de indeling waarin afbeeldingen en tekst in twee kolommen worden weergegeven.

    Mogelijk moet u omlaag schuiven om de optie te vinden.

    Indeling selecteren

  2. Selecteer in BrowseScreen1 de galerie door op een record te klikken, behalve de eerste record.

    Indeling selecteren

  3. Kopieer de formule en plak deze, terwijl de galerie nog is geselecteerd, in de formulebalk (rechts van de knop fx):

    SortByColumns(Search(Filter(Contacts,statuscode=1), TextSearchBox1.Text, "lastname"), "lastname", If(SortDescending1, Descending, Ascending))

  4. Selecteer in het rechterdeelvenster de optie voornaam in de bovenste vervolgkeuzelijst en achternaam in de middelste vervolgkeuzelijst.

    Body1 selecteren

  5. (Optioneel) klik in het menu Bestand op Opslaan als, typ een naam voor de app en klik op Opslaan.

    De app wordt standaard in de cloud opgeslagen. Klik op Deze computer om uw app lokaal op te slaan.

DetailsScreen1 en EditScreen1 aanpassen

  1. Klik of tik in de linkernavigatiebalk op de middelste miniatuur om DetailScreen1 te selecteren.

  2. Klik in DetailScreen1 ergens onder de titelbalk om de aanpassingsopties weer te geven in het rechterdeelvenster.

    Aanpassen formulier weergeven

  3. Klik of tik in het rechterdeelvenster op het oogpictogram voor elk veld om het te verbergen.

    Velden verbergen

  4. Klik ergens onder de titelbalk om Form1 te selecteren.

    Form1 selecteren

  5. Klik in het rechterdeelvenster op het oogpictogram voor elk van deze velden, zodat er op een scherm een afbeelding (mits de tabel er een bevat) en vier andere velden voor elke contactpersoon worden weergegeven:

    • entityimage
    • firstname
    • lastname
    • mobilephone
    • emailaddress1

    Het rechterdeelvenster moet eruitzien zoals in deze afbeelding:

    Form1 selecteren

  6. Klik in de linkernavigatiebalk op de onderste miniatuur om EditScreen1 te selecteren.

  7. Herhaal de stappen in deze procedure om EditScreen1 op dezelfde manier aan te passen als DetailScreen1.

  8. (Optioneel) Sla de app op.

Volgende stappen