Een besturingselement waarop de gebruiker kan klikken of tikken om interactie te hebben met de app.

Beschrijving

Configureer de eigenschap OnSelect van een besturingselement Knop voor het uitvoeren van een of meer formules wanneer de gebruiker op het besturingselement klikt of tikt.

Belangrijkste eigenschappen

OnSelect: de manier waarop de app reageert wanneer de gebruiker op een besturingselement tikt of klikt.

Text: de tekst die wordt weergegeven in een besturingselement of die de gebruiker in een besturingselement typt.

Aanvullende eigenschappen

Align: de locatie van tekst in verhouding tot het horizontale midden van het besturingselement.

AutoDisableOnSelect: hiermee wordt het besturingselement automatisch uitgeschakeld terwijl het gedrag OnSelect van toepassing is.

BorderColor: de kleur van de rand van een besturingselement.

BorderStyle: hiermee wordt aangegeven of de rand van een besturingselement effen, onderbroken of gestippeld is, of dat er geen rand is.

BorderThickness: de dikte van de rand van een besturingselement.

FocusedBorderThickness: de dikte van de rand van een besturingselement wanneer deze de toetsenbordfocus heeft.

Color: de kleur van de tekst in een besturingselement.

Disabled: hiermee wordt aangegeven of de gebruiker al dan niet met het besturingselement kan werken.

DisabledBorderColor: de kleur van de rand van een besturingselement als de eigenschap Disabled is ingesteld op true.

DisabledColor: de kleur van tekst in een besturingselement als de eigenschap Disabled is ingesteld op true.

DisabledFill: de achtergrondkleur van een besturingselement als de eigenschap Disabled is ingesteld op true.

Fill: de achtergrondkleur van een besturingselement.

Font: de naam van de lettertypefamilie waarin de tekst wordt weergegeven.

FontWeight: het gewicht van de tekst in een besturingselement: Bold, Semibold, Normal of Lighter.

Height : de afstand tussen de boven- en onderrand van een besturingselement.

HoverBorderColor: de kleur van de rand van een besturingselement wanneer de gebruiker de muisaanwijzer op dat besturingselement plaatst.

HoverColor: de kleur van de tekst in een besturingselement wanneer de gebruiker de muisaanwijzer op de tekst plaatst.

HoverFill: de achtergrondkleur van een besturingselement wanneer de gebruiker de muisaanwijzer op de achtergrond plaatst.

Italic: hiermee wordt aangegeven of de tekst in een besturingselement cursief is.

PaddingBottom: de afstand tussen de tekst in een besturingselement en de onderrand van het besturingselement.

PaddingLeft: de afstand tussen de tekst in een besturingselement en de linkerrand van het besturingselement.

PaddingRight: de afstand tussen de tekst in een besturingselement en de rechterrand van het besturingselement.

PaddingTop: de afstand tussen de tekst in een besturingselement en de bovenrand van het besturingselement.

Pressed: true zolang een besturingselement is ingedrukt, anders false.

PressedBorderColor: de kleur van de rand van een besturingselement wanneer de gebruiker op dat besturingselement tikt of klikt.

PressedColor: de kleur van tekst in een besturingselement wanneer de gebruiker op dat besturingselement tikt of klikt.

PressedFill: de achtergrondkleur van een besturingselement wanneer de gebruiker op dat besturingselement tikt of klikt.

RadiusBottomLeft: de mate van afronding van de linkerbenedenhoek van een besturingselement.

RadiusBottomRight: de mate van afronding van de rechterbenedenhoek van een besturingselement.

RadiusTopLeft: de mate van afronding van de linkerbovenhoek van een besturingselement.

RadiusTopRight: de mate van afronding van de rechterbovenhoek van een besturingselement.

Size: de tekengrootte van de tekst die in een besturingselement wordt weergegeven.

Strikethrough: hiermee wordt aangegeven of een streep door de tekst van een besturingselement wordt weergegeven.

TabIndex: past de tabvolgorde van besturingselementen tijdens runtime aan wanneer hier een andere waarde dan nul is ingesteld.

Tooltip: beschrijvende tekst die wordt weergegeven wanneer de gebruiker een besturingselement aanwijst.

Underline: hiermee wordt aangegeven of onder de tekst in een besturingselement een streep wordt weergegeven.

VerticalAlign: de locatie van de tekst in een besturingselement in verhouding tot het verticale midden van dat besturingselement.

Visible: hiermee wordt aangegeven of een besturingselement zichtbaar of verborgen is.

Width: de afstand tussen de linker- en rechterrand van een besturingselement.

X: de afstand tussen de linkerrand van een besturingselement en de linkerrand van de bovenliggende container (het scherm als er geen bovenliggende container is).

Y: de afstand tussen de bovenrand van een besturingselement en de bovenrand van de bovenliggende container (het scherm als er geen bovenliggende container is).

Verwante functies

Navigate( Schermnaam, Schermovergang )

Voorbeeld

  1. Voeg een besturingselement Tekstinvoer toe en geef het de naam Bron.

    Weet u niet hoe u een besturingselement kunt toevoegen, een naam kunt geven of kunt configureren?

  2. Voeg een besturingselement Knop toe, en stel de eigenschap Text van de knop in op Toevoegen en de eigenschap OnSelect op deze formule:
    UpdateContext({Totaal:Total + Value(Bron.Text)})

    Wilt u meer informatie over de functie UpdateContext of een andere functie?

  3. Voeg een besturingselement Label toe, stel de eigenschap Text in op Totaal en druk vervolgens op F5.

  4. Typ een getal in het besturingselement Bron en klik of tik op Toevoegen.

    Het besturingselement Label bevat het getal dat u hebt opgegeven.

  5. Herhaal de vorige stap een of meer keer.

    Het besturingselement Label bevat het totaal van de getallen die u hebt ingevoerd.

  6. Druk op Esc om terug te gaan naar de standaardwerkruimte.