U kunt automatisch een app genereren voor het beheren van gegevens die zijn opgeslagen in Common Data Service. U kunt gegevens beheren in een van de vele standaardentiteiten die zijn ingebouwd in het model of in een aangepaste entiteit die u of iemand anders in uw organisatie heeft gemaakt.

Zie Entiteiten begrijpen als u niet bekend bent met Common Data Service.

In dit onderwerp wordt beschreven hoe u automatisch een app kunt genereren op basis van één enkele entiteit die u opgeeft. Zie Een volledig nieuwe app bouwen voor informatie over het bouwen van een app die is gebaseerd op meer dan één entiteit.

Elke app die door Microsoft PowerApps wordt gegenereerd, bestaat standaard uit drie schermen:

  • Het bladerscherm toont een subset van een of meer velden, een zoekbalk en een sorteerknop waarmee gebruikers gemakkelijk een bepaalde record kunnen vinden.
  • Het detailscherm geeft meer velden of alle velden voor een bepaalde record weer.
  • Het bewerkingsscherm bevat UI-elementen waarmee gebruikers een record kunnen maken of bijwerken en hun wijzigingen kunnen opslaan.

Opmerking: wanneer u een app genereert op basis van Common Data Service, hoeft u geen verbinding vanuit PowerApps te maken, zoals u dat wel doet voor gegevensbronnen als SharePoint, Dynamics 365 en Salesforce. U hoeft alleen de entiteit op te geven die u in de app wilt weergeven en/of beheren.

Een app genereren

  1. Maak een Common Data Service-database. Zie Create a Common Data Service database (Een Common Data Service-database maken) voor meer informatie.
  2. Klik of tik in PowerApps Studio voor Windows in het menu File (aan de linkerkant van het scherm) op New.
  3. Onder Start with your data op de tegel Common Data Service klikt of tikt u op Phone layout.
  4. Klik of tik onder Choose an entity op de entiteit Contact.
  5. Klik of tik op Connect om automatisch een app te genereren.

    Op dit moment wordt u mogelijk gevraagd of u een inleidende rondleiding wilt volgen. U kunt de rondleiding ook later volgen door op het vraagteken rechtsboven en vervolgens op Take the intro tour te klikken of tikken.

  6. Klik of tik op een pictogram in de rechterbovenhoek van de linkernavigatiebalk om over te schakelen naar de miniatuurweergave.

    Schakelen tussen weergaven

Het bladerscherm aanpassen

  1. In het rechterdeelvenster klikt of tikt u op de indeling waarin alleen een kop wordt weergegeven.

    Een indeling selecteren

  2. Klik of tik onder het zoekvak op het besturingselement Label om dat te selecteren.

    Een label selecteren

  3. Selecteer in het rechterdeelvenster Surname of Given name in de vervolgkeuzelijst

    In het besturingselement Label dat u hebt geselecteerd, worden gegevens uit dat veld weergegeven.

  4. Selecteer in het bladerscherm de galerie door op een willekeurige naam te klikken of tikken, met uitzondering van de bovenste naam.

    Een selectievakje omgeeft de galerie.

    De galerie selecteren

  5. Kopieer de volgende formule door deze te selecteren en vervolgens op Ctrl+C te drukken.

    SortByColumns(Search(Contact, TextSearchBox1.Text, "Name_Surname"), "Name_Surname", If(SortDescending1, Descending, Ascending))

  6. Controleer of de eigenschappenlijst linksboven de optie Items bevat.

  7. Selecteer de standaardformule in de formulebalk.

    Standaardwaarde van de eigenschap Items

  8. Druk op Delete om de standaardformule te verwijderen en plak vervolgens de formule die u hebt gekopieerd. De namen in de galerie worden alfabetisch gesorteerd.

Het bladerscherm testen

  1. Open de preview-modus door op F5 te drukken of door op het afspeelpictogram rechtsboven te klikken of te tikken.
  2. Schuif door alle records met behulp van een aanraakscherm of een muiswieltje, of door de galerie aan te wijzen met een muis zodat de schuifbalk wordt weergegeven.
  3. Klik of tik een of meer keer op de sorteerknop rechtsboven om de volgorde te wijzigen waarin de namen worden weergegeven.

    De sorteervolgorde wijzigen

  4. Typ in het zoekvak een letter om alleen namen weer te geven die deze letter bevatten.

  5. Verwijder alle tekst uit het zoekvak en klik of tik op de pijl rechts van de eerste naam in de lijst.

    Het detailscherm wordt geopend met meer informatie over de contactpersoon die u hebt geselecteerd.

  6. Ga terug naar het ontwerpgebied door op Esc te drukken of door te klikken of tikken op de knop Sluiten in de rechterbovenhoek, onder de titelbalk.

De andere schermen aanpassen

  1. Klik of tik op de middelste miniatuur in de linkernavigatiebalk als DetailScreen niet wordt weergegeven.
  2. Klik of tik bovenin DetailScreen op Full name om opties voor het aanpassen van het formulier in dat scherm weer te geven.
  3. Klik of tik in het rechterdeelvenster op de knop met het oog voor Name_MiddleName om dat veld te verbergen.
  4. Klik of tik in het rechterdeelvenster op de knop met het oog voor Name_Surname om dat veld weer te geven.
  5. Sleep in het rechterdeelvenster Name_Surname naar boven en zet deze neer precies onder Name_GivenName.

    De wijzigingen worden weergegeven in het DetailScreen.

  6. Klik of tik in de linkernavigatiebalk op de onderste miniatuur om EditScreen weer te geven en herhaal de vorige stappen in deze procedure zodat EditScreen overeenkomt met DetailScreen.

De app testen

  1. Klik of tik in de linkernavigatiebalk op de bovenste miniatuur om het bladerscherm te openen.
  2. Open de preview-modus door op F5 te drukken of door op het afspeelpictogram rechtsboven te klikken of te tikken.
  3. Klik of tik in de rechterbovenhoek van het bladerscherm op de knop met het plusteken (+) om een record te maken.
  4. Voeg tekst toe in de velden Given name en Surname en klik of tik op het vinkje om de nieuwe record op te slaan en terug te keren naar het bladerscherm.
  5. Zoek naar de record die u zojuist hebt gemaakt en klik of tik op de pijl rechts ervan om de record in het detailscherm weer te geven.
  6. Klik of tik in de rechterbovenhoek op het potloodpictogram om de record weer te geven in het bewerkingsscherm.
  7. Wijzig de gegevens in het veld Given name en klik of tik op het vinkje om de wijzigingen op te slaan.
  8. Klik of tik in de rechterbovenhoek op het prullenbakpictogram om de record te verwijderen die u hebt gemaakt en bijgewerkt.

Volgende stappen

Een volledig nieuwe app maken met behulp van een Common Data Service-database