Lees hoe u resources van de ene omgeving naar de andere migreert. Deze omgevingen kunnen zich in dezelfde tenant bevinden of in andere tenants.

Het scenario

Een veelvoorkomend scenario waarin u mogelijk resources wilt migreren, is als u test- of ontwikkelingsomgevingen hebt en een productieomgeving. Ontwikkelaars en testers hebben uitgebreide toegang tot de apps in hun omgevingen. Maar wanneer een nieuwe app naar de productieomgeving moet worden gemigreerd, heeft deze omgeving strengere controle over machtigingen voor bijwerken en wijzigen.

Een ander scenario is wanneer elke klant een eigen omgeving en eigen gegevens heeft. Wanneer een nieuwe klant wordt toegevoegd, wordt er een nieuwe omgeving voor hem gemaakt en migreert u apps naar zijn omgeving.

Resources die u kunt migreren

Voor elk soort resource is er een andere migratieprocedure.

  1. Verbindingen, aangepaste connectors en stromen: deze resources kunt u niet migreren, maar moet u opnieuw maken in de doelomgeving.
  2. Gateways: gateways worden alleen ondersteund in de standaardomgevingen (en {tenant name} (van preview)) en kunnen dus niet worden gemigreerd.
  3. PowerApps: u slaat de app lokaal op in de oorspronkelijke omgeving met behulp van PowerApps Studio voor Windows of PowerApps Studio voor internet. Vervolgens opent u de app en maakt u deze opnieuw in de doelomgeving.
  4. Wijzigingen in Common Data Service-entiteitsschema, nieuwe entiteiten, nieuwe machtigingensets, nieuwe rollen: migratie wordt niet ondersteund voor GA, maar is binnenkort wel mogelijk.

Verbindingen, aangepaste connectors en stromen

Deze resources kunnen niet worden gemigreerd. De resources die u nodig hebt, moet u in de doelomgeving maken.

Gateways

Gateways worden alleen ondersteund in de standaardomgevingen (en {tenant name} (van preview)) en kunnen dus niet worden gemigreerd. De gateways die u nodig hebt, moet u in de doelomgeving maken.

Een app migreren

  1. Klik of tik op http://web.powerapps.com op Apps, selecteer de knop met weglatingsteken bij de app die u wilt migreren en kies er vervolgens voor om de app te bewerken in PowerApps Studio voor Windows of PowerApps Studio voor internet.

  2. PowerApps Studio wordt geopend. Klik in de linkernavigatiebalk op Opslaan als, selecteer Deze computer en klik of tik op Opslaan. Onthoud waar het bestand op uw computer is opgeslagen.

  3. Wijzig de omgeving in de doelomgeving.

    Als u PowerApps Studio voor internet gebruikt, gaat u terug naar http://web.powerapps.com om van omgeving te wisselen en opent u PowerApps Studio voor internet opnieuw in de browser:

    In PowerApps Studio voor Windows kunt u uw omgeving wijzigen via uw accountgegevens:

  4. Open PowerApps Studio, die nu is ingesteld op de doelomgeving. Klik of tik op Openen in de linkernavigatiebalk en klik of tik vervolgens op Bladeren.

  5. Selecteer het bestand dat u had opgeslagen vanuit de oorspronkelijke omgeving en klik of tik op Openen.

  6. Als u resources met verschillende namen wilt openen, zoals gegevensverbindingen en bronnen, moet u mogelijk compilatieproblemen in de app oplossen. Compilatieproblemen met de app zijn eenvoudig op te lossen door de gegevensbronnen van de app te verwijderen en opnieuw toe te voegen in de doelomgeving. Zie (Gegevensbronnen begrijpen).

  7. Test de app om te controleren of alle compilatieproblemen zijn opgelost.

Wijzigingen in Common Data Service-entiteitsschema, nieuwe entiteiten, nieuwe machtigingensets, nieuwe rollen

Momenteel is er geen manier om entiteiten, machtigingensets en rollen te migreren van de ene Common Data Service-database naar een andere in een andere omgeving. Deze functie komt echter binnenkort beschikbaar.