Hiermee geeft u een tabel vorm door kolommen op te nemen, uit te sluiten, te selecteren of door de naam ervan te wijzigen.

Overzicht

Met deze functies bepaalt u de vorm van een tabel door de kolommen aan te passen:

  • Een tabel met meerdere kolommen terugbrengen tot één kolom voor gebruik met functies die één kolom ondersteunen, zoals Lower of Abs.
  • Een berekende kolom toevoegen aan een tabel (bijvoorbeeld de kolom Totaalprijs met de uitkomst van de vermenigvuldiging van Aantal met Prijs per eenheid).
  • Een kolom een zinvollere naam geven die wordt weergegeven aan gebruikers of gebruikt in formules.

Een tabel is een waarde in PowerApps, net zoals een tekenreeks of getal. U kunt een tabel opgeven als argument in een formule en functies kunnen een tabel retourneren als resultaat. De functies die in dit onderwerp worden beschreven veranderen een tabel niet. In plaats daarvan nemen van een tabel als argument en retourneren ze een nieuwe tabel waarop een transformatie is toegepast. Zie Werken met tabellen voor meer informatie.

U kunt de kolommen van een gegevensbron niet wijzigen met behulp van deze functies. U moet de gegevens bij de bron wijzigen. U kunt kolommen toevoegen aan een verzameling met de functie Collect. Zie Werken met gegevensbronnen voor meer informatie.

Beschrijving

De functie AddColumns voegt een kolom toe aan een tabel en een formule definieert de waarden in die kolom. Bestaande kolommen blijven ongewijzigd.

De formule wordt geëvalueerd voor elke record in de tabel.

Velden van de record die op dat moment wordt verwerkt, zijn beschikbaar in de formule. U kunt deze velden gewoon bij naam noemen, net als met andere waarden. U kunt in de hele app ook naar eigenschappen van besturingselementen en andere waarden verwijzen. Voor meer informatie bekijkt u de volgende voorbeelden en Werken met een recordbereik.

De functie DropColumns sluit kolommen uit van een tabel. Alle andere kolommen blijven ongewijzigd. DropColumns sluit kolommen uit en ShowColumns neemt kolommen op.

Met de functie RenameColumns wijzigt u de namen van kolommen in een tabel. Alle andere kolommen behouden hun originele namen.

De functie ShowColumns neemt kolommen uit een tabel op en sluit alle andere kolommen uit. U kunt de functie ShowColumns gebruiken om een tabel met één kolom te maken van een tabel met meerdere kolommen. ShowColumns neemt kolommen op en DropColumns sluit kolommen uit.

Voor al deze functies is het resultaat een nieuwe tabel waarop de transformatie is toegepast. De oorspronkelijke tabel wordt niet gewijzigd.

Deze functies kunnen niet worden gedelegeerd bij gebruik met een gegevensbron. Alleen het eerste gedeelte van de gegevensbron wordt opgehaald, waarna de functie op dat gedeelte wordt toegepast. Het resultaat geeft daardoor mogelijk geen volledig beeld. U ziet tijdens het maken van de app een blauwe stip om u te herinneren aan deze beperking, zodat u waar mogelijk nog kunt overschakelen naar delegeerbare alternatieven. Zie Overzicht van delegeren voor meer informatie.

Syntaxis

AddColumns( Table, ColumnName1, Formula1 [, ColumnName2, Formula2, ... ] )

  • Tabel - vereist. De tabel waarop de bewerking wordt toegepast.
  • Kolomnaam - vereist. Namen van een of meer kolommen die moeten worden toegevoegd. Voor dit argument moet u een tekenreeks opgeven (bijvoorbeeld "Naam", inclusief dubbele aanhalingstekens).
  • Formula(s) - vereist. De formule(s) die moet(en) worden geëvalueerd voor elke record. Het resultaat wordt toegevoegd als de waarde van de bijbehorende nieuwe kolom. In deze formule kunt u verwijzen naar andere kolommen in de tabel.

DropColumns( Table, ColumnName1 [, ColumnName2, ... ] )

  • Tabel - vereist. De tabel waarop de bewerking wordt toegepast.
  • Kolomnaam - vereist. Namen van een of meer kolommen die moeten worden verwijderd. Voor dit argument moet u een tekenreeks opgeven (bijvoorbeeld "Naam", inclusief dubbele aanhalingstekens).

RenameColumns( Table, OldColumneName, NewColumnName )

  • Tabel - vereist. De tabel waarop de bewerking wordt toegepast.
  • OldColumnName - vereist. De naam van de kolom die moet worden gewijzigd. Deze naam moet een tekenreeks zijn (bijvoorbeeld "Naam", inclusief dubbele aanhalingstekens).
  • NewColumnName - vereist. Vervangende naam. Voor dit argument moet u een tekenreeks opgeven (bijvoorbeeld "Klantnaam", inclusief dubbele aanhalingstekens).

ShowColumns( Table, ColumnName1 [, ColumnName2, ... ] )

  • Tabel - vereist. De tabel waarop de bewerking wordt toegepast.
  • Kolomnaam - vereist. Namen van een of meer kolommen die moeten worden opgenomen. Voor dit argument moet u een tekenreeks opgeven (bijvoorbeeld "Naam", inclusief dubbele aanhalingstekens).

Voorbeelden

In de voorbeelden in deze sectie wordt de gegevensbron IJsverkoop gebruikt, die de gegevens in deze tabel bevat:

Geen van deze voorbeelden wijzigt de gegevensbron IJsverkoop. Elke functie transformeert de waarde van de gegevensbron als een tabel en retourneert die waarde als resultaat.

Formule Beschrijving Resultaat
AddColumns( IJsverkoop, "Omzet", PrijsPerEenheid * AantalVerkocht) Voegt de kolom Omzet toe aan het resultaat. Voor elke record wordt PrijsPerEenheid * AantalVerkocht geëvalueerd en het resultaat wordt in de nieuwe kolom geplaatst.
DropColumns( IJsverkoop, "PrijsPerEenheid" ) Sluit de kolom PrijsPerEenheid uit van het resultaat. Gebruik deze functie om kolommen uit te sluiten en gebruik de functie ShowColumns om kolommen op te nemen.
ShowColumns( IJsverkoop, "Smaak" ) Neemt alleen de kolom Smaak op in het resultaat. Gebruik deze functie om kolommen op te nemen en gebruik de functie DropColumns om kolommen uit te sluiten.
RenameColumns( IJsverkoop, "PrijsPerEenheid", "Prijs") Verandert de naam van de kolom PrijsPerEenheid in het resultaat.
DropColumns(
RenameColumns(
AddColumns( IJsverkoop, "Omzet",
PrijsPerEenheid * AantalVerkocht),
"PrijsPerEenheid", "Prijs" ),
"Aantal" )
Voert de volgende tabeltransformaties op volgorde uit, waarbij de formule van binnen naar buiten wordt verwerkt:
  1. Voegt de kolom Omzet toe op basis van de berekening per record van PrijsPerEenheid * Aantal.
  2. Wijzigt de naam van PrijsPerEenheid in Prijs.
  3. Sluit de kolom Aantal uit.
Let erop dat de volgorde belangrijk is. U kunt bijvoorbeeld niet rekenen met de kolom PrijsPerEenheid nadat de naam ervan is gewijzigd.

Stap voor stap

  1. Importeer of maak een verzameling met de naam Inventaris, zoals wordt beschreven in de eerste subprocedure in Tekst en afbeeldingen weergeven in een galerie.

  2. Voeg een knop toe en stel de eigenschap BijSelecteren ervan in op deze formule:

    ClearCollect(Inventaris2, RenameColumns(Inventaris, "Productnaam", "Jasnaam"))

  3. Druk op F5, selecteer de knop die u zojuist hebt gemaakt en druk op Esc om terug te keren naar de ontwerpwerkruimte.

  4. Selecteer Verzamelingen in het menu Bestand.

  5. Bevestig dat u een verzameling genaamd Inventaris2 hebt gemaakt. De nieuwe verzameling bevat dezelfde informatie als Inventaris , behalve dat de kolom genaamd Productnaam in Inventaris nu Jasnaam heet in Inventaris2.