U kunt verschillende soorten streepjescodes scannen door een app te maken en deze uit te voeren op een apparaat dat is uitgerust met een camera, bijvoorbeeld een telefoon. Het numerieke equivalent van de streepjescode wordt weergegeven in een besturingselement Label en u kunt deze gegevens uploaden naar diverse gegevensbronnen.

Zie Aan de slag als u onbekend bent met PowerApps.

Bekende beperkingen

  • Streepjescodes moeten minimaal 2,5 cm hoog en 4 cm breed zijn.
  • Als u een streepjescode wilt scannen met een telefoon, houdt u de telefoon in verticale richting en beweegt u deze langzaam van een afstand van 18 cm tot 25 cm van de streepjescode af.
  • Lange soorten streepjescodes (zoals I2of5, die uit 15 of meer tekens bestaan) leveren soms afgekapte of anderszins onjuiste resultaten op, met name als de streepjescode niet duidelijk is afgedrukt.
  • Voor iPhones en Android-apparaten kunt u de eigenschap Height van het besturingselement Streepjescode opgeven, maar de breedte wordt bepaald door een vaste hoogte-breedteverhouding.
  • Misschien moet u de eigenschap Scanrate van het besturingselement Streepjescode instellen op 35 of minder.
  • Als u geheugentekort op apparaten met iOS wilt uitstellen, stelt u de eigenschap Height van het besturingselement Streepjescode in op 700 (of lager) en de eigenschap Scanrate op 30.
  • Start de app opnieuw op als het apparaat geheugen tekort heeft en de app vastloopt.

Een lege app maken

  1. Meld u aan voor PowerApps en voer dan een van de volgende handelingen uit:

    • Open PowerApps in een browser op een apparaat dat een camera heeft.
    • Installeer PowerApps vanuit de Windows Store op een apparaat dat een camera heeft. Open PowerApps, meld u aan en klik of tik op New in het menu File (aan de linkerkant).
  2. Klik of tik onder Beginnen met een leeg canvas of een leeg sjabloon op Telefoonindeling in de tegel Lege app.

    Een volledig nieuwe app maken

  3. Als u PowerApps nooit eerder hebt gebruikt, kunt u belangrijke gebieden van de app bekijken door de inleidende rondleiding te volgen (of klik of tik op Skip).

    Openingsscherm van de rondleiding

    Opmerking: u kunt de rondleiding altijd later nog volgen door eerst op het vraagtekenpictogram in de rechterbovenhoek en vervolgens op Take the intro tour te klikken of tikken.

Een streepjescode-besturingselement toevoegen

  1. Klik of tik op het tabblad Invoegen op Media en klik of tik vervolgens op Streepjescode.

    Streepjescodescanner toevoegen

  2. Controleer of het streepjescode-besturingselement is geselecteerd door na te gaan of het in een selectievak staat (met grepen om de grootte van het besturingselement aan te passen).

    Selectievak

  3. Klik of tik op het tabblad Start op Streepjescode1 en typ of plak MijnScanner onder Naam wijzigen.

    Tip: het eerste streepjescode-besturingselement dat u toevoegt, heet standaard Streepjescode1. Als u dat besturingselement verwijdert en nog een streepjescode-besturingselement toevoegt, krijgt dat standaard de naam Streepjescode2. Door de naam van een besturingselement handmatig te wijzigen, zorgt u ervoor dat in formules met de juiste naam naar het besturingselement wordt verwezen.

    De naam van een streepjescode-besturingselement wijzigen

De besturingselement voor tekstinvoer toevoegen

  1. Klik of tik op het tabblad Invoegen op Tekst en klik of tik vervolgens op Tekstinvoer.

    Maximaliseer het venster PowerApps als het tabblad Invoer niet wordt weergegeven.

    Besturingselement voor tekstinvoer toevoegen

  2. Sleep het selectievak (niet de formaatgrepen) rondom het besturingselement voor tekstinvoer omlaag totdat het wordt weergegeven onder MyScanner.

    Label met selectievak

  3. Terwijl het besturingselement voor tekstinvoer nog is geselecteerd, controleert u of Default in de lijst met eigenschappen wordt weergegeven en typt of plakt u MyScanner.Text in de formulebalk.

    Eigenschap Text van het besturingselement Label

Het type streepjescode wijzigen

  1. Klik of tik op het tabblad Invoegen op Besturingselementen en klik of tik vervolgens op Vervolgkeuzelijst.

    Vervolgkeuzelijst toevoegen

  2. Verplaats het besturingselement Vervolgkeuzelijst zo dat het onder de andere besturingselementen in het scherm wordt weergegeven.

    Vervolgkeuzelijst verplaatsen

  3. Terwijl het besturingselement Vervolgkeuzelijst nog is geselecteerd, controleert u of Items in de lijst met eigenschappen wordt weergegeven en typt of plakt u de volgende tekenreeks in de formulebalk:
    [Codabar, Code128, Code39, Ean, I2of5, Upc]

    De eigenschap Items van de vervolgkeuzelijst instellen

  4. Op het tabblad Home verandert u de naam van het besturingselement Vervolgkeuzelijst in ChooseType.

    De naam van de vervolgkeuzelijst wijzigen

  5. Klik of tik op MyScanner om deze te selecteren, controleer of BarcodeType in de lijst met eigenschappen wordt weergegeven en typ of plak de volgende tekenreeks in de formulebalk:
    ChooseType.Selected.Value

De app testen

  1. Open de Preview-modus door op F5 te drukken (of klik of tik op het afspeelpictogram rechtsboven).

    Preview-modus openen

  2. Houd een streepjescode voor de camera op het apparaat totdat het numerieke onderdeel van de streepjescode in het besturingselement Label wordt weergegeven.

    Als het numerieke onderdeel niet wordt weergegeven, probeer dan een andere optie in de lijst BarcodeType. Als de juiste gegevens nog steeds niet worden weergegeven, typt u het juiste nummer in het besturingselement Invoertekst.

Volgende stappen

  • Verbind de app met een gegevensbron en configureer de functie Patch, zodat gebruikers resultaten kunnen opslaan.
  • Voeg een vervolgkeuzelijst toe en configureer deze, zodat gebruikers kunnen kiezen welk type streepjescode ze willen scannen.
  • Voeg een schuifregelaar toe en configureer deze, zodat gebruikers de scanfrequentie of de hoogte van het streepjescode-besturingselement kunnen aanpassen.